BRAVO-A: Checklist voor veilig motorrijden en technische controle
BRAVO-A is een checklist waarmee je vóór elke rit de technische staat van je motor controleert. Bij De Weerd Opleidingen leer je deze controle tijdens je motorrijlessen. De letters staan voor Banden, Remmen, Aandrijving, Verlichting, Olie en Algemeen.

De BRAVO-A checklist in het kort
- B, Banden: profieldiepte (wettelijk minimaal 1 mm, advies vervangen onder 2 mm), bandenspanning bij een koude band, scheuren en scherpe voorwerpen, ventiel en stofdopje, draairichting.
- R, Remmen: remdruk (rem 3 seconden vasthouden, de druk mag niet wegvallen), niveau van de remvloeistof, lekkage.
- A, Aandrijving: ketting gesmeerd, kettingspeling (lesmotor 2 tot 3 cm), slijtage van de kettingset of spanning van de tandriem.
- V, Verlichting: dimlicht, grootlicht, remlicht, richtingaanwijzers en alarmlicht.
- O, Olie: oliepeil tussen MIN en MAX (motor rechtop), olielampje gaat uit na het starten.
- A, Algemeen: accu en bedrading, vering en voorvork, koelvloeistof, brandstof, noodstopknop.
BRAVO-A per onderdeel uitgelegd
Banden
De profilering van de band zorgt primair voor waterafvoer. Wettelijk is bepaald dat het profiel van de hoofdgroeven over de gehele omtrek van het loopvlak minimaal 1 mm moet zijn. Als het profiel minder dan 2 mm is, dan bestaat de kans dat dit invloed heeft op de waterafvoer. Daarom is de aanbeveling om met een profieldiepte van minder dan 2 mm de band te vervangen.
Een te lage bandenspanning geeft problemen: de band vervormt namelijk te veel in de bochten en dat heeft invloed op de wegligging. Daarnaast slijt de band sneller en gebruikt de motor meer brandstof. Een te hoge bandenspanning is ook niet goed, maar is minder gevaarlijk voor de wegligging; het heeft wel invloed op het comfort. De bandenspanning moet gecontroleerd worden als de band koud is. Tijdens het rijden wordt de band warm en dan verandert de spanning in de band. Als er een duopassagier meerijdt, veel bagage aanwezig is of de motor langdurig op hoge snelheid rijdt, dan moet de bandenspanning worden verhoogd.
De juiste bandenspanning staat in het instructieboekje van de motor; meestal zit er ook een sticker op de motor waar dit op vermeld staat. Bij de controle van de bandenspanning moet ook het ventiel nagekeken worden.
Controleer de band op scherpe voorwerpen, scheuren of barsten. Materiaal dat niet op een band thuishoort, zoals steentjes of metalen deeltjes, moet worden verwijderd.
Het is belangrijk dat het stofdopje van het ventiel aanwezig is, zodat het ventiel niet vervuilt. Stalen stofdopjes zijn betrouwbaarder dan die van kunststof.
De draairichting van de band is belangrijk voor de afvoer van het water. Als een band gemonteerd wordt, moet de draairichting goed staan (dit zie je aan de pijl op de band). Nieuwe banden moeten de eerste 100 kilometer niet zwaar worden belast. Veel nieuwe banden hebben een bepaalde gladheid, waardoor het contact tussen band en wegdek nog niet optimaal is.
Remmen
De remdruk moet in orde zijn. Dit test je door de rem drie seconden vast te houden; de druk mag dan niet wegvallen.
In de reservoirs van het hydraulisch remsysteem moet voldoende remvloeistof aanwezig zijn. Is de remvloeistof ineens een stuk lager of leeg, ga dan niet rijden: er kan een lekkage zijn. Meestal ligt het zakken van het remvloeistofniveau aan het verslijten van de remblokken en hoeft het niet te betekenen dat de reminrichting defect is.
Controleer de onderdelen van de reminrichting op lekkage.
Aandrijving
De ketting moet voldoende gesmeerd zijn en heeft regelmatig onderhoud nodig. Zeker na een lange rit in de regen moet de ketting gesmeerd worden. Let op: het smeermiddel mag niet op de band terechtkomen.
De kettingspeling wordt gemeten in het midden tussen beide tandwielen. Hoeveel speling er op de ketting moet zitten, staat in het instructieboekje van de motor of op een sticker. Dit is per motor verschillend. Bij een lesmotor is dit 2 tot 3 cm.
Voor de meeste motoren is de achterbrug een indicatie om te zien of de kettingset vervangen moet worden. Een tandriem heeft minder onderhoud nodig, maar moet ook gespannen staan om te voorkomen dat de riem over de tanden van de riemschijf glijdt.
Verlichting
De verlichting gaat automatisch aan bij het aanzetten van het contact. Het grootlicht zet je aan met de schakelaar bij je linkerduim; er gaat dan een blauw lampje branden. Overdag met dimlicht rijden is niet verplicht, maar wel wenselijk voor de zichtbaarheid van de motorrijder.
Als het controlelampje van de richtingaanwijzer snel gaat knipperen of blijft branden, dan is waarschijnlijk een van de richtingaanwijzers stuk.
De alarmverlichting zit op een knop bij de linkerduim, herkenbaar aan een kleine rode gevarendriehoek.
Olie
Olie zorgt voor smering en koeling van de draaiende onderdelen in het motorblok. Het zorgt er ook voor dat vuil wordt afgevoerd. Als de motor met onvoldoende olie is gevuld, kan de motor vastlopen en kunnen er gevaarlijke situaties ontstaan. Over het algemeen controleer je het oliepeil bij een koude motor, of bij een warme motor die ten minste enkele minuten uit heeft gestaan, zodat de olie kan zakken. Bij het oliepeilen moet de motor rechtop staan. Draai de peilstok eruit en maak hem schoon. Daarna stop je de peilstok terug, zonder hem vast te draaien. Het oliepeil moet tussen MIN en MAX staan: te weinig is niet goed, maar te veel ook niet.
Bij de meeste motoren betekent een brandend olielampje dat de oliedruk is weggevallen. Onderin het motorblok zit een oliepomp. Als de pomp geen olie aanzuigt, gaat het olielampje branden. Als je het contact aanzet, gaat het lampje ook even branden; dat is meteen een teken dat het lampje werkt. Gaat het olielampje na het starten niet uit, of gaat het tijdens het rijden branden, zet de motor dan direct stil. Vanaf dat moment is er bijna geen smering meer. Zet de motor uit met de noodstopknop, dan blijft de verlichting werken. Rijd je toch door, dan kan er veel schade in het motorblok ontstaan en loopt het motorblok na een tijdje vast.
Algemeen
- Accu: controleer of de accu vastzit.
- Accupolen en bedrading: de bedrading van de motor moet deugdelijk en goed geïsoleerd zijn.
- Vering: controleer de keerringen van de voorvork op lekkage. Bij de meeste motoren kan de voorspanning van de achterwielvering worden aangepast aan de belasting van de motor. Zeker bij het rijden met zware belasting (bagage of passagier) is het aan te bevelen de voorspanning van de veer aan te passen.
- Koeling: als de motor een vloeistofkoelsysteem heeft, controleer je ook of er nog voldoende koelvloeistof in het reservoir zit. Op het reservoir staat een maatstreepje.
- Benzine: op de meeste motoren zit geen benzinekraan meer. De lesmotoren hebben een brandstofmeter. Als het laatste blokje gaat knipperen, kun je nog ongeveer 50 km rijden.
- Noodstopknop: bij de meeste motoren is dit een rode knop op het stuur bij de rechterduim. Met deze knop zet je de motor in bijzondere omstandigheden stil, bijvoorbeeld als het oliedruklampje gaat branden terwijl de motor draait. Normaal zet je de motor stil met de contactsleutel, omdat dan ook alle stroomverbruikers uitgaan. Gebruik je de noodstopknop, dan blijven de richtingaanwijzers, het remlicht en de overige verlichting gewoon werken.
Welke vragen stelt de examinator over BRAVO-A?
Bij het praktijkexamen voor het motorrijbewijs stelt de examinator je vooraf enkele vragen over de motor, bijvoorbeeld over het controleren van de banden of de remmen. Voorbeelden van vragen die je kunt verwachten:
- Hoe controleer je de bandenspanning, en wanneer doe je dat?
- Hoeveel profiel moet er minimaal op de band zitten?
- Hoe controleer je of de remdruk in orde is?
- Hoeveel speling moet er op de ketting zitten?
- Hoe controleer je het remlicht en de richtingaanwijzers?
- Hoe controleer je het oliepeil?
- Wat doe je als het olielampje gaat branden?
De antwoorden vind je hierboven per onderdeel. Je instructeur oefent de controle met je tijdens de motorrijlessen, zodat je weet wat je moet laten zien en zeggen.
Veiligheidscontrole voor vertrek (opstapcontrole)
De opstapcontrole is de korte controle die je vlak voor vertrek doet. Je loopt in vier stappen de belangrijkste punten van BRAVO-A na:
Kijk goed of er geen lekkage is van olie of een andere vloeistof, vooral bij het motorblok, het remsysteem en het veersysteem voor en achter. Een motor heeft twee wielen, en een beginnende lekkage kan vervelende gevolgen hebben, bijvoorbeeld als er motorolie op de achterband komt of voorvorkolie op de remschijf.
Controleer of er voldoende profiel op de banden zit en of er geen materialen in het profiel zitten die daar niet thuishoren. Controleer ook of het stofdopje nog op het ventiel zit.
Controleer het remlicht. Zet het contact aan, houd je rechterhand bij het remlicht en knijp met je linkerhand de voorrem in. Druk daarna met je linkerhand de achterrem in. Controleer meteen de remdruk: als je de voorrem inknijpt, voel je of er druk in het remsysteem zit. Dat geldt ook voor de achterrem.
Controleer de richtingaanwijzers en het dimlicht. Het dimlicht controleer je door je hand voor de koplamp te houden.
Veelgestelde vragen over BRAVO-A
Wat betekent BRAVO-A?
BRAVO-A is een ezelsbrug voor de technische controle van een motor. De letters staan voor Banden, Remmen, Aandrijving, Verlichting, Olie en Algemeen. Met deze checklist controleer je vóór elke rit in een paar minuten of je motor veilig is om mee te rijden.
Wanneer doe je de BRAVO-A-controle?
Vóór elke rit. Smeer daarnaast je ketting na een lange rit in de regen.
Je motorrijbewijs halen bij De Weerd
Wil je je motorrijbewijs halen? Bij De Weerd leer je de BRAVO-A-controle en alles wat je nodig hebt voor het examen van onze eigen instructeurs. Bekijk de opleiding voor rijbewijs A. Heb je al een motorrijbewijs maar heb je een tijd niet gereden? Kijk dan bij Back on the bike. Lees ook welke kleding verplicht is tijdens je motorrijlessen en of je met je autorijbewijs op een motor van 125 cc mag rijden.
